Historie

Het witte stadje Thorn

Het witte stadje Thorn heeft een zeer oude geschiedenis. In de het laatste kwart van de tiende eeuw stichtte graaf Ansfried en zijn vrouw Hilsondis er een abdij. Deze groeide in de loop van de tijd uit tot een rijk wereldlijk stift, waarin alleen dames van de hoogste adel werden toegelaten. Aan het hoofd van het stift stond de abdis, die in het Duitse keizerrijk een zeer bevoorrechte positie innam en zitting had in de Rijksdag. Zij was tevens vorstin van Het Land van Thorn: een klein vorstendom dat zich uitstrekte over een aantal dorpen in de omgeving. De vorstin-abdis zetelde in haar paleis in Thorn en werd ter zijde gestaan door een kapittel waarin ten hoogste twintig dames (kanunnikessen) en zes priesters (kanunniken) zitting hadden. Aan dit bolwerk van vrouwelijke heerschappij gedurende 800 jaar, met eigen rechtspraak, minileger en gedurende enige tijd ook een eigen muntslag, werd in 1797 door de komst van de Franse revolutionaire troepen, een einde gemaakt.

Geschiedenis van het huis aan de Beekstraat

beekstraatHet grootste deel van het pand in de Beekstraat is waarschijnlijk gebouwd in 1643 als kanunnikenwoning. Op de ene hoek had men het koetshuis en de tuigkamer, op de andere hoek de paardenstal. Hier tussen in ligt de woning, die alleen aan de voorkant twee verdiepingen heeft. In het midden van de 18e eeuw werd de woning bewoond door hofjager Theodoor Broens, die naar alle waarschijnlijkheid de grote gewelfde kelder met daarop een ruimte (de doelkamer), dwars op de achterkant van het huis aanbouwde. De doelkamer was bedoeld als opslag van de jachtgeweren die in rekken langs de zijkant stonden. De kelder heeft een buiteningang onder het afdak, met een brede trap naar beneden en werd als slachtruimte en opslag voor het wild gebruikt. Na het verval van het Stift is de doelkamer als houtopslag voor het stoken van de vele haarden in de woning gebruikt. Het huis is sindsdien tot op de dag van vandaag altijd bewoond gebleven door nazaten, in achtereenvolgende generaties, van deze hofjager Broens. Het pand werd in 1967 een Rijksmonument en gedurende enkele jaren geheel gerestaureerd. In deze periode is besloten om van de vroegere paardenstal, de oorspronkelijke keuken en de voormalige doelkamer een appartement te maken: Cheval Blanc. In 2007 – 2008 is het huis en het vakantie appartement Cheval Blanc nogmaals gerenoveerd omdat ‘de tand des tijds’ inmiddels zijn sporen had nagelaten. Bij alle restauraties zijn zo veel mogelijk oude elementen bewaard gebleven en ademt het huis nog altijd ‘de sfeer van weleer’.

Dit maakt Cheval Blanc tot een unieke locatie om te logeren!

De naam Cheval Blanc

Tijdens de zoektocht naar een geschikte naam voor het appartement kwamen we uit bij een architecten tekening uit 1968. De tekening werd destijds gemaakt voor de grote restauratie, waarbij het huis in vier delen werd ingedeeld. Ieder deel van het huis heeft toen een eigen naam gekregen: Napoléon, La Pipe, Het Woonhuis en de paardenstal kreeg de naam Cheval. Omdat het huis, zoals gebruikelijk in Thorn, wit is en het paard van Napoleon destijds (volgens de overlevering) ook wit zou zijn geweest, kreeg het appartement de naam Cheval Blanc.